De eerste kennismaking met een nieuwe leerling is altijd weer spannend. Hoe zal hij/ zij gaan reageren, heb ik een klik met zowel leerling als ouder?
Sinds twee-en-half jaar werk ik nu met de methode Taal in Blokjes, en bijna al mijn leerlingen hebben op de knieën over de tafel gehangen tijdens ons eerste gesprek. Druk in de weer met alle materialen die uiteindelijk op tafel komen. Niet zelden hoor ik van ouders ‘’Ik had alles verwacht, maar dit niet”. En dan in de positieve zin van het woord. “Leuk die blokjes, die kleuren en goh wat een verscheidenheid aan materialen”.
In een eerste kennismakingsgesprek komt ook altijd de opbouw van de methode aan bod. Dat onze Nederlandse taal bestaat uit heel veel woorden die je schrijft zoals je ze hoort, de zgn. klankzuivere woorden. Maar dat er ook een grote categorie is waarbij dat niet het geval is. De zgn. bijna klankzuivere woorden. Ik laat daarbij altijd de pyramide met de opbouw zien. Dat er vervolgens woorden zijn die je schrijft a.d.h.v. bepaalde ‘klankregels’. De eeuwig terugkerende s en z of f en v. Dat er dan nog een groep woorden is die vastzitten aan grammaticale regels, bijvoorbeeld de regel bij het woord verlengen. Waarom schrijf ik hoofd met een d, terwijl ik een toch duidelijk een t hoor. Het grappige is dan, dat ouders daar ook ineens bij stil gaan staan. “Ja, dat is ook zo, gek daar heb ik nooit zo aan gedacht”. Of wanneer ik de regel dan even kort heb uitgelegd, “Ja, nu begrijp ik het ook pas goed”. Dat is dan weer goed voor de sfeer aan tafel en voor de leerling, die ziet dat zelfs zijn ouder nog wel eens tegen spelling aanloopt.
